Sonja Huisman
Mijn naam is Sonja Huisman. Ik ben geboren in 1961, getrouwd met Ed en samen hebben we 3 tienerdochters. Volgens mijn kinderen behoor ik al weer tot de ‘ouderen’; zelf ervaar ik dat gelukkig nog heel anders.
Al sinds mijn vroege jeugd heb ik een grote intense band met de natuur en alles wat daarin leeft. Als kleutertje kwam ik al met van alles thuis wat verzorgd moest worden. Het verhaal van de zwangere poes, waar ik mee onder mijn arm binnenkwam op 4 jarige leeftijd, heb ik heel wat keren aan moeten horen, Vooral toen het diertje bij mijn ouders in de slaapkamer een nestje legde…
Dit was het begin van een reeks verzorgperikelen; want gedurende mijn hele jeugd hebben mijn moeder en ik samen heel wat uit het nest gevallen vogeltjes in allerlei pluimage verzorgd. Urenlang zaten we bij allerlei zielige gevalletjes die vaak onder een lamp werden gezet en om de haverklap gevoerd werden met lepeltjes en pipetjes. We waren zielsgelukkig als de beestjes gezond en wel weer uitvlogen.
Wat later assisteerde ik een vriend bij het geven van EHBO-kursussen bij de Dierenambulance in Amsterdam.
Ook toen ik mijn eigen gezinnetje om me heen kreeg, bleef het zorgen doorgaan. Konijnen, vogels, cavia’s, ratten, katten en honden; het maakte niet uit. We kwamen altijd wel met iets thuis. Door mijn werk bij de dierenambulance werd het echter ook heel wat keren gewoon bij de deur afgeleverd.
De kinderen, zelf in het begin nog in de luiers, hielpen met verve mee met het flesjes geven van konijntjes en weeskittens. Ook de buren hielpen vrolijk mee, zodat het altijd een gezellige bende was. Iedereen had wel een fles en een kitten vast en de koffie vloeide rijkelijk.
En toen….. leerden we Rini kennen. Ze maakte ons attent op het zwerfhondenprobleem in Spanje en haar enthousiasme, haar drijfveer en haar hele charisma maakte dat we ons er verder in gingen verdiepen. Het was schrikken… we wisten niets van het probleem en leerden in sneltreinvaart wat voor een ellende er heerste.
Rini vertelde haar verhalen, liet haar foto’s zien van zwaar uitgemergelde, doodzieke honden en het werd ons duidelijk… dit was iets waar we onze tanden in moesten zetten.
Zo ontstond onze stichting Red een Hond.
Na een aantal jaren kregen we steeds vaker de vraag of de, door ons geplaatste honden, ook niet bij ons konden logeren tijdens vakanties… en dus kwam er een pension.
Maar het is natuurlijk ook leuk als de honden én hun baasjes hun onderlinge band konden versterken door middel van trainingen.. en dus kwam er een hondenschool.
Inmiddels zijn we ruim 18 jaar verder en houden we ons voornamelijk bezig met het begeleiden en (re)socialiseren van honden. Wat begon als een uit de hand gelopen hobby, is uiteindelijk uitgegroeid tot een professioneel gebeuren, waarbij we ons meer zijn gaan toeleggen op het gedrag van de honden en met name de zeer getraumatiseerde honden.
Om het geheel nog beter te ondersteunen ben ik me gaan verdiepen in het communiceren met dieren. Toen ik daarnaast in aanraking kwam met de Jassentechniek en zelf de workshop heb gevolgd, ging er een geheel nieuwe wereld voor mij open.
Het besef groeide snel dat ik hiermee nog meer zou kunnen bijdragen aan een beter begrip tussen baas en hond.
Vandaar dat het een logisch gevolg werd om zelf de opleiding tot therapeut te gaan doen.
Als extra ondersteuning heb ik diverse andere cursussen en workshops gevolgd.
Inmiddels heb ik al vele dieren behandeld en krijg met regelmaat teruggekoppeld dat de dieren een stuk prettiger functioneren binnen hun ‘roedel’.
Ed Huisman
De voorliefde voor dieren is iets wat tijdens mijn kind zijn niet met de paplepel is ingegoten. Behalve het aquarium hebben we een tijdje een kat in huis gehad; ik was toen zo’n jaar of 4.
De verhalen gaan nog steeds de ronde over hoe bang ik toen wel niet geweest zou zijn voor dit diertje. Maar ja, ook toen gebeurde het al; het gezin werd groter, de zorg voor huisdieren moeilijker en de kat moest weg. Jaren later hadden we vele huisdieren. Daar mijn ouders deze huisdieren, genaamd muizen, niet erg op prijs stelden (we woonden in Amsterdam Zuid) kwam er toch weer een kat.
Totdat ik Sonja leerde kennen is het bij dit ene dier gebleven.
Bij Sonja kreeg ik en passant ook 2 honden, 3 katten en een kaketoe.
Later zal blijken dat we nooit meer aan ‘slechts’ 6 huisdieren zullen komen.
Vanaf de zijlijn heb ik Sonja vaak in de weer gezien bij de dierenambulance en andere activiteiten.
Tot het moment dat ikzelf thuis kwam met 6 wilde konijntjes, van naar schatting 2 weken oud. Deze had ik tijdens het hondenuitlaten gevonden naast hun dode moeder.
Het avontuur met pippetjes e.d. begon.
Na weken van konijnenouders spelen was het ons gelukt om er 3 uiteindelijk weer terug te plaatsen in het wild.
Inmiddels had ook de buurt onze dierenliefde leren kennen. Even heb ik overwogen om de voordeur te vervangen voor klapdeurtjes, want de deurbel kon het bijna niet aan.
Op een gegeven moment liepen er kippen in de tuin, konijnen in twee konijnenhokken, ratjes in een aquarium, een moederrat met jongen in een ander aquarium, in een zijkamer was een moederkat, vanuit het asiel van Almere, bij ons haar 4 kittens aan het grootbrengen.
Voor de goede orde, we woonden in een rijtjeshuis….
Inmiddels hadden we ook op ons huidige adres de draad weer opgepakt; diverse konijnennesten, gewonde vogeltjes, kittens werpende poezen tot 30 gevonden cavia’s aan toe, zijn in de loop der jaren gepasseerd. Je komt heel wat tegen als je in het bos de honden uitlaat. Dit is dan nog naast het opvang-, resocialisatie- en herplaatswerk wat wij in stichtingsverband hebben gedaan.
Na jaren dit toch met veel succes en plezier te hebben gedaan, komen er steeds meer vragen om deze aanpak, kennis en dergelijke door te geven. De manier van omgang met honden in het bijzonder.
Via Cursuscentrum Dierverzorging Barneveld heb ik het Honden- en Kattenbesluit diploma gehaald. Maar voor de extra kennis die ik zocht over honden was dit niet voldoende.
Als vervolgcursus koos ik voor gedrag. Dit was heel interessant en smaakte naar meer.
Je kent dat vast wel, hoe meer je leert, des te meer je nog wilt leren.
Inmiddels ben ik gevorderd kynologisch instructeur en heb via onze eigen hondenschool het middel gevonden om mijn manier van omgaan met honden over te brengen.
Daarnaast ben ik Jassentechniek therapeut, dierentolk, opleider en
Reiki master.
Chiara
Chiara is sinds april 2002 bij ons. Toen ik haar foto zag bij een collegastichting, wist ik meteen dat ze voor ons bestemd was.
Ze werd geboren in Athene in april 2001. Haar moeder was een wolfshond en haar vader een zuivere husky. Ze werd heel snel bij haar moeder weggehaald op de leeftijd van 5 weken en werd samen met haar broertje geadopteerd door een Nederlands gezin.
Chiara groeide in eerste instantie probleemloos op tot haar 5e maand. Toen werd ze op een nacht aangereden door een brommer en vond de familie haar zwaar gewond in een greppel.
Haar staart was volledig in puin gereden en moest acuut geamputeerd worden. De dierenarts zag op dat moment over het hoofd dat er veel meer aan de hand was met haar.
Dit bleek pas na enkele weken; haar heupkop was volledig verbrijzeld en van de heupkom was ook niet veel meer over. Het was inmiddels te laat om nog te opereren en dus liep ze behoorlijk mank.
Een jaar later moest de familie verhuizen van Athene naar Cyprus en konden de honden niet mee. Daarom kwam Chiara, samen met een paar anderen, naar Nederland.
Chiara heeft binnen onze roedel de functie van alphateef. Ze hoeft zich eigenlijk nooit te laten gelden; alle honden hebben moeiteloos respect voor haar. Ons meiske is de meest zachtaardige hond, die we kennen en nieuwkomers worden door haar als eerste gerust gesteld. Ze heeft een prachtige communicatiestijl met kalmerende signalen Als een hond voor het eerst bij ons binnenkomt, gaat ze er voorzichtig naar toe, gaat vervolgens óf liggen óf, als de hond erg nerveus is, met haar rug naar het dier toe zitten en begint te gapen.
Het is een fantastisch schouwspel, zeker als ze samen met Timber alles uit de kast halen om het de nieuwe gasten naar de zin te maken. Pups worden moeiteloos door haar opgenomen en onmiddellijk begeleid en gesocialiseerd.
Binnen is ze heerlijk rustig en haalt nauwelijks kattenkwaad uit. Buiten ontpopt ze zich echter tot een halve wilde, waarbij ze altijd haar grenzen (uiteinde van de lijn) probeert te verleggen.
Rennend loopt ze in haar tuig en wij hangen daar zo’n beetje achteraan. Ze is beresterk, ondanks haar heup. Ze is ook behoorlijk ontwikkeld qua spieren inmiddels.
Loslopen gaat helaas niet meer. Ze is té gericht op alles wat leeft en ook al krijgt ze niet gemakkelijk iets te pakken aan groot wild, het is hier te gevaarlijk voor haar om los te lopen.
Een mol, muis of vogel krijgt ze af en toe wél te pakken. Als Timber, haar grote liefde, een muisje vangt, trekt Chiara het uit zijn bek met een blik van: ‘kom maar hier, want jij bakt er niks van!’. Het is een heerlijk stel, dat regelmatig stevig tegen elkaar aankruipt.
Timber
In 1999 waren we nog geen stichting, maar werkten wel al langere tijd met buitenlandse honden.
Toen ik tijdens een vergadering foto’s onder ogen kreeg van een nest prachtige Herder/Huskymixen, sloeg mijn hart even over. Op één van de foto’s prijkte een prachtig, ondeugend bruin harig mormel dat onmiddellijk mijn hart stal. Thuis kreeg ik een soortgelijke reactie.
Een paar weken later arriveerden er drie uit het nest, waaronder die bruine haarbal.
Die is van mij… riep ik subiet.
Onze Timber, zoals hij vanaf toen genoemd werd, kwam met zijn broer Vanor in opvang bij ons. Nou ja… in opvang.. voor een jaar of 14 dan.
We hadden toen ‘al’ drie honden en dat leek best veel, maar bij het zien van Timber waren we beide helemaal om. Vanor werd geplaatst en Tim bleef dus.
Dit hebben we overigens wel geweten.
Als pup was hij schattig en lief en aandoenlijk. Met zijn kraaloogjes pakte hij ons helemaal in. Wél begon ik meteen met 9 weken aan zijn eerste cursus. Ook daar was de instructrice helemaal wég van hem. Hij kon nog lekker loslopen en speelde met alles en iedereen.
Toen begon de puberteit…… de horror van iedere hondenbezitter.
Een kleine opsomming:
- de bank werd zeer zorgvuldig gesloopt en het kapok lag in een 2cm dikke laag door de huiskamer.
- mobiele telefoons en afstandbedieningen gingen er moeiteloos aan
- schoenen, speelgoed, rondslingerende spullen; niets bleek veilig
- eten werd zeer listig van het aanrecht gestolen in een onbewaakt moment
- de post werd ‘gelezen’ nog voor dat wij dat konden. Aanmaningen waren het gevolg…
En kleine Tim lag dan heel schuldig in zijn mandje naar ons te staren….. ‘ik weet van niets, écht niet’ stond keer op keer op zijn voorhoofd te lezen. Maar ja.. hij had wel alle resten tussen zijn voorpootjes liggen. En toen we ooit een keer een muisje (echt waar) voor de Dierenambulance moesten opvangen, vonden we het kleine frummeltje s’morgens in Tim zijn mand met Tim erboven op.
Wist ie ook niets van….
Kortom… Timber puberde gezellig 2 ½ jaar lang door.
Zijn pleegmamma Baika ( onze oudste teef van toen) dekte hem altijd in met een blik van “ach… het schaap is nog zo klein, laat hem toch”.
Over schapen gesproken. Daar stond hij op een goede dag ook mee in zijn bek. Hij bleef maar happen in dat lekkere wol, overigens niet om te schaden, want daar had hij geen weet van. Hij had gewoon lol…maar ik moest ze vervolgens wél allebei uit de sloot trekken, waar ze samen in rolden.
Tot in zijn puberteit kon hij heerlijk los; tot hij steeds vaker en verder weg begon te lopen. Het werd langzaam duidelijk; de huskygenen hadden het gewonnen van het herderbloed.
Jammer… maar het was niet anders.
Hij werd dus bekort middels een looplijn afgewisseld met een ‘gewone’ riem en daar moet hij het mee doen.
Timber is een hele makkelijke reu. Toen onze Baika wegviel (op de leeftijd van 14 jaar), was de roedel een half jaar van slag. Er moest een nieuwe leider komen, maar wie?
Het drong langzaam tot hem door; hij moest de nieuwe roedelleider worden, maar was met 2 ½ jaar eigenlijk nog te jong. Toch is het hem gelukt. De rust keerde terug.
Timber is in staat om, samen met Chiara, bijna iedere hond gerust te stellen. Met kalmerende signalen, een prachtig schouwspel, voelen de meeste honden zich snel thuis.
Het is machtig mooi om te zien hoe hij met pups omgaat. Als een échte vaderfiguur begeleid hij het kroost, dat vaak over en onder hem door kruipt. Hij laat veel toe tot ze te ver gaan, dan worden ze (voorzichtig) tot de orde geroepen
Honden kruipen vaak tegen hem aan, ook de reuen. Het maakt hem allemaal niet uit.
Hij is stapelgek op zijn baas en die twee zijn dan ook dikke maatjes. Zo kunnen ze heel wat afhuilen samen (als een wolf dan welteverstaan).
Een heel enkele keer lukt het Tim wel eens om uit de auto weg te schieten. Van heel uit de verte hoor je hem dan huilen om te roepen naar zijn baas. Niet dat hij komt hoor!
Ons kereltje is inmiddels de 9 jaar gepasseerd. Hij lijkt af en toe wat bezadigder te worden, soms zelfs ronduit lui. Eten bijvoorbeeld…. dat doet hij tegenwoordig het liefst liggend in zijn bench, zonder al te veel moeite te willen doen. Hij lijkt wel een Romeins heerser… het enige wat nog mist, zijn de druifjes..
Manitou
Een kostbaar geschenk
Het was begin oktober 2006 toen ik foto’s kreeg van René van Anahi (Gran Canaria) van een prachtig mooi kereltje.
Het ventje was uit een nest van maar liefst 8 pups en moeder Husky/Herder en vader Husky lagen aan de ketting. Toen de baas niet thuis was, raakte het kleine ding verstrikt in de ketting van mamma en gilde het vervolgens uit. Een buurvrouw schoot onmiddellijk te hulp en bracht hem naar de dierenarts. Daar bleek gelukkig dat het allemaal wel meeviel. Maar er werd wel besloten het diertje niet meer terug te brengen, want hij zou onherroepelijk aan de ketting eindigen. Hij was net 4 weken oud toen hij werd ondergebracht bij Anahi.
Renee weet van de enorme voorliefde van Ed voor dit soort honden en had dan ook snode plannen met hem. Dit bleek een week later toen ze me toestemming vroeg om klein Wolfie (zoals hij toen nog heette) kado te mogen geven aan Ed voor zijn verjaardag.
Dit moest nog allemaal stil gehouden worden en dus kon ik alleen met Aïsha (onze oudste) overleggen. Die vond het een geweldig idee (en een geweldig hondje) en na alles op een rijtje gezet te hebben, gaf ik toestemming.
De bewuste nacht reed Ed dus nietsvermoedend naar Duitsland om een paar honden op te halen. Op het vliegveld ontstond even wat consternatie toen kleine Wolfie in een tas werd aangeboden en niemand eigenlijk precies wist wat de bedoeling was.
Toen de tas echter openging, herkende Ed het kleine ventje en sprak uit dat deze ongetwijfeld voor ons bestemd was.
Eenmaal thuis las hij de bijbehorende brief, waarin Wolfie zich voorstelde als kado met de belofte dat hij heel braaf zou zijn! Het was al ver na middernacht en aangezien Ed de volgende ochtend weer heel vroeg moest werken, was er geen tijd voor enige uitleg.
Pas toen hij s’ middags naar huis kwam, kon ik hem telefonisch alvast het hele verhaal doen.
Hij moest er wel om lachen en ook al waren wij echt niet van plan er nog een hond bij te houden, kwam hij binnen met de welluidende woorden: ‘waar is mijn hond?’
Dit 3 kilo wegende mormeltje begon meteen al erg ondeugend en bleek vooral Oost-Indisch doof (zoals het een Husky betaamt). Hij had echter wel de prachtige techniek om je donders goed in te pakken. Iedereen ging dan ook plat voor zijn charmes. Men wilde hem onmiddellijk oppakken, hetgeen op groot verzet stuitte, want een vent is een vent en die wil niet getild worden!
Hij zette het dan ook meteen op een gillen en sputterde aan alle kanten tegen, tot groot verdriet van menigeen die zograag wilde knuffelen. Tja…. het bleek geen teddybeertje ook al zag hij er wel zo uit.
Na een paar dagen waren wij eruit hoe hij moest gaan heten, want een naam is voor ons erg belangrijk. Het werd Manitou…. de grote geest van menig Indianenstam.
Inmiddels is dat 3 kilo wegende ventje uitgegroeid tot een volwassen kerel van 33 kilo.
Hij is altijd even enthousiast en begroet iedereen zeer uitbundig, waarbij je maar beter stevig in je schoenen kunt staan. Honden zijn bijna altijd meteen bereid om met hem te spelen.
Nog steeds heeft hij een kwajongensuitstraling en een zeer ontwapenend karakter.
Panda
Eind 2000 kregen we vanaf Gran Canaria een telefoontje of we plek hadden voor een oudere Duitse Herderteef met haar drie kinders. Deze moesten snel veld ruimen want de oorspronkelijke baas, die in een caravan woonde, wilde ze niet meer. Mams lag de hele dag voor de caravan en dat ging best goed. Maar nu met die kinders die begonnen te lopen…..
En dus kwam met een volgende vlucht het hele gezin over. Dit was best een organisatie, want hoe ga je om met een moederhond met haar pups binnen de rest van de roedel in een ‘gewoon’ rijtjeshuis? Ach.. beetje improviseren dus.
We leenden een kleine kennel die we opbouwden in een hoek van de huiskamer en zie daar… plek zat.
Mamma Brenda was inderdaad al flink op leeftijd, zeker als mams. We schatten haar op een jaartje of 7 a 8. Maar haar kroost was haar alles.
Het grut was toen pas 3 á 4 weken jong. De ene na de ander rolde uit de benches en toen kwam de grootste, wolligste en vooral mooiste pup naar buiten.
O… ik was op slag verliefd. Ze was gelijk een beertje en had een koppie om bij weg te smelten. Nu ja… dat gaat wel over, dacht ik nog erg naïef.
Het grut groeide op, met de nadruk op groeide want een kilootje per week was niets.
De jongens, beide broers, werden afzonderlijk geplaatst toen ze 8 weekjes jong waren. Een paar flinke handen vol pup. Panda, zoals ze passend werd genoemd, bleef.
Brenda, de moederhond, moesten we bij een collega-opvang onderbrengen, want ze liet inmiddels Timber, onze toen nog jonge reu, alle vier de hoeken van de kamer zien. Toen hij de stoel niet meer afdurfde, hakten we de knoop door. Ze verkaste dus om door anderen geplaatst te worden, zodat onze Tim weer rustig kon ademhalen.
Panda groeide zo hard, dat ze groeipijnen kreeg. Het arme schaapje lag regelmatig over de grond te rollen van ellende. We gingen al heel snel over op ander voer, zodat het wat geleidelijker ging.
Ze was een échte knuffelbeer, waar toch nog behoorlijk wat kattenkwaad in zat.
Toen ze 4 maanden jong was, hadden we langdurig een hond uit Turkije in opvang die net zo oud was. Dit leverde prachtige taferelen op. Ze waren onafscheidelijk.
Naarmate Panda ouder werd, bleek dat ze wat ‘onrustige’ genen van mams had meegekregen. Ondanks onze socialisatie en een gedegen cursus, werd ze moeilijker naar vreemde honden. Een extra reden om haar bij ons te laten, want dit is niet handig met zo’n joekel van een hond, die bovendien ook nog heel zwart is.
Zelfs een gedragstherapeute werd op haar losgelaten, maar ook die kon er weinig mee.
Uiteindelijk bleek dat het veel gemakkelijker voor alle partijen was om Panda gewoon te nemen zoals ze is. Toen we bovendien ook nog gingen verhuizen e zienderogen op. De stress van een woonwijk viel als een blok van haar schoudertjes.
Ze geniet tegenwoordig van lekkere boswandelingen zonder vreemde impulsen. En dan is ze zo gek als een draaideur. Ze kan met haar 44 kilo en 66 cm hoogte met het grootste gemak voortdurend rondjes om haar as maken uit joligheid. Een normaal mens zou hier duizelig van worden. Het liefst met een dennenappel in haar bek. Die móet ‘doorgeschud’ worden en vliegt regelmatig de lucht in om weer opgevangen te worden. Ze kan verassend snel wenden met dat logge lijf van haar en schud andere honden moeiteloos van zich af. Vervolgens is de vaste hobby het ‘aanvallen’ van Chiara, haar vaste vriendin, waarbij ze melig bovenop haar springt en lekker de oren afsopt.
Als ze het qua snelheid niet kan winnen van een andere hond, heeft ze een simpele tactiek ontwikkeld; ze ‘ramt’ ze simpelweg in de flank, zodat deze uit balans raakt en meestal ook nog omvalt. Simpel,maar doeltreffend.
Honden, die net binnenkomen, worden minstens een dag lang aangeblaft. Vervaarlijk ligt ze dan te grommen en te mopperen onder tafel. Ze laat blijken dat ze het niet leuk vind! Een dag later echter speelt ze met diezelfde hond, meestal bij het uitlaten al.
Ze is superspeels en het maakt haar ook niet uit met wie ze dan speelt.
Bij bekenden kruipt ze nog wel eens graag op schoot. Op zich wat onhandig met dat grote lijf, maar wél heel gezellig. Soms moet je best even opletten, want als ze een knuffelbui krijgt, kan ze spontaan opspringen en haar voorpootjes tegen de borst aanzetten óf over de schouders heenklemmen (geheel afhankelijk van de grootte van de persoon natuurlijk).
Inmiddels is ze al weer bijna 8 jaar en zichtbaar bezadigder aan het worden. Ondanks dat is ze nog steeds mijn kleine teddybeer.
Kimera
Kimera begon haar leven in het asiel in Salamanca. Het was zo rond februari 2005. Ze zat er al twee jaar (van pup af aan) en was gedoemd haar leventje aldaar te slijten. Ze kwam naar Nederland om als waakhond te dienen. Dit liep echter ietsje anders, want het enige wat Kimera bewaakte, was de achterwand van het nachthok.
Omdat dit gedrag na 2 weken niet veranderde, werd er weer afstand van haar gedaan. Kimera kwam als een heel bang hoopje hond. Ze durfde niets en wilde het liefst niet eens bestaan (althans zo leek het wel).
We lieten haar in de groep kennismaken en dit ging een stuk beter. Ze was absoluut niet op mensen gesocialiseerd maar wél op honden. En dus voelde ze zich ietsje meer op haar gemak.
Toch konden wij niets met haar; aaien was onmogelijk en tegen haar praten, was reden om in elkaar te krimpen.
We besloten haar gewoon de tijd te geven en lekker haar gang te laten gaan.
Het uitlaten was in het begin een ramp, want ze was doodsbenauwd voor de riem. Dus besloot ik al snel haar gewoon los te laten lopen. Dit was een schot in de roos, want hoe bang ze ook voor ons was, ze liep buiten in mijn knieholte.
Ze kreeg de volledige vrijheid en héél langzaam knapte ze wat op. Het duurde weken eer we haar een beetje konden aaien. Toen ze eenmaal doorhad dat dit helemaal niet eng was, zeker niet als de kinderen haar aaiden, kwam ze steeds een stukje losser totdat ze zelfs genoot van de aandacht.
De maanden gingen voorbij en de vooruitgang langzaam. Maar er wás progressie.
Uiteindelijk was de situatie zo, dat ze zich helemaal op haar gemak voelde als er geen visite was. Ze lag lekker op de bank te slapen en kroop graag tegen één van de anderen aan. s’ Avonds ging ze maar wat graag tegen Ed aan liggen op de bank, lekker samen t.v. kijken.
Als er wél visite was, dook ze achter in een bench en liet zich niet meer zien. Niemand kon haar benaderen….. De bekenden, die zeer regelmatig kwamen, werden na maanden pas gematigd enthousiast begroet; opnieuw een stapje verder.
Kimera heeft een jaar in de opvang gezeten, maar het was ons al veel eerder duidelijk dat dit meiske helemaal niet geplaatst kon worden. Ze zou onherroepelijk terugvallen in haar angstige gedrag. Bij ons had ze het prima naar haar zin en ze was stapelgek op de andere eigen honden. Ze bleef dus….
Remy
heeft een gehandicapte hond recht op leven?
Die vraag is misschien niet zo alledaags, maar toch kwam ik daar in 2003 mee in aanraking. Een interessant punt, vooral als één van je eigen hondjes gehandicapt blijkt te zijn en je voortdurend moet aanhoren: ‘goh… laat je dat beest leven dan?’ of ‘is het niet verstandiger om dat beestje in te laten slapen?’.
Ik irriteerde me mateloos aan alle reacties en vooral sommige heftige uitspraken in die tijd verbaasden mij. Zijn we dan echt in staat om voor eigen rechter te mogen spelen en kunnen we gewoon maar afmaken zoals het uitkomt?
Het lijkt wel alsof we tegenwoordig in deze jachtige tijd geen moment vrij meer hebben om een hondje, wat nét even anders is, te kunnen begeleiden. We kiezen de weg van de minste weerstand. Zolang als een hond maar slaafs volgt, netjes zindelijk is, niet sloopt, blaft of wegloopt en vooral niets mankeert, is er niets aan de hand. Menigeen loopt met een keurig gefokte hond gedrild op één van de vele moderne manieren van deze tijd. Als een robotje zie je de diertjes achter hun baas aan sjokken. Alle spontaniteit lijkt er wel uitgeramd!
Nee… toen onze kleine Remy geboren werd en ik erachter kwam dat ze meervoudig gehandicapt was, heb ik een hele duidelijke keus gemaakt.
Remy 22 - 9 - 2003
het verhaal van mijn kleine wereld wondertje
Ze werd op 22 augustus 2003 geboren na een zeer heftige bevalling, waarbij mamma Reza twee pups verloor. De overgebleven 6 pups waren gelukkig gezond en prachtig van kleur. Mamma was ondanks haar veldslag zielsgelukkig met haar kroost en ontpopte zich onmiddellijk tot jonge voorbeeldige moeder.
De eerste weken gingen voorspoedig voorbij. Het grut at, sliep en groeide dat het een lieve lust was. Na zo’n dag of 10 gingen de oogjes open van het hele stel. Het viel me op dat één piepklein hummeltje wat achterbleef in groei, maar er is er altijd wel één die de kleinste is natuurlijk.
En toen werd me ook duidelijk dat dit kleine meiske maar één oogje had…. Nu ja, ook daar is mee te leven hoor! Het begon ondertussen al aardig te krioelen in het nest. Het grut kon al snel lopen en ging op onderzoek uit. Wat nu opviel, was dat kleine Remy (zoals ik haar noemde) meestal bleef slapen terwijl haar broers en zussen allang aan het spelen waren. Ze werd gewoon niet wakker.
Terwijl het hele stel al behoorlijk goed kon lopen, kon Remy alleen maar rondjes om haar as draaien en omvallen. Ze kon geen stap verzetten! Toen begon mij een vreemd gevoel te bekruipen dat er veel meer aan de hand was dan het ontbreken van het ene oogje. Ik begon haar nauwlettend te observeren en het duurde niet lang eer het geheel tot me doordrong: dit meiske was niet alleen blind, maar ook doof……
Oeps… dat is heftig. Ze bleef klein en ielig en ging maar heel langzaam wat vooruit in haar ontwikkeling.
Het heeft toch zeker een paar weken geduurd dat ik echt het gevoel had dat ze het achteraf toch niet zou gaan redden. Maar aan de andere kant had dit kleine ding zo’n levenslust. Zelf had ze blijkbaar geen erg in haar handicaps, want ze speelde met haar broers en zussen of er niets aan de hand was.
Mamma Reza was zeer voorzichtig met haar en accepteerde haar volledig. Dit gaf me hoop, want in de natuur worden de zwakkelingetjes meestal meteen verstoten. Maar nee.. mams was erg zuinig op haar hummel.
Haar broers en zussen daarentegen waren helemaal niet zuinig op haar en doken regelmatig uitdagend op haar af. Overigens deed kleine Remy hier net zo hard aan mee en vond het prachtig om af en toe es wat tanden te zetten in een langslopende broer of zus.
Wel maakte ik me gaandeweg zorgen om haar toekomst. Want hoe plaats je een zwaar gehandicapt hondje…. Wie doe je dat aan?
Na de gebruikelijke periode bij mams werden de kleintjes ook gesocialiseerd in de grote roedel en maakte ze kennis met de grote buitenwereld.
De tuin werd al snel puppenspeelplaats…. Prachtig vonden ze het.
En toen kwam de tijd dat ze één voor één geplaatst werden. Kleine Remy bleef achter.
Ik had inmiddels de beslissing genomen en besproken binnen het gezin. Ik had dit kleintje geboren zien worden, mamma geholpen met het doorhalen van de vliezen, de navelstreng doorgeknipt, haar eerste moeizame stapjes meegemaakt en ontdekt dat er heel wat mis was met haar…. Ze mocht blijven! Het was geheel mijn verantwoording om dit kleintje de rest van haar leven te gaan begeleiden en wilde dit aan niemand anders overlaten! Hiervoor was ze me veel te dierbaar.
Bij de dierenarts werd bevestigd wat we al wisten. Blind, doof, maar ook een afwijking aan haar kleine hersenen. De inmiddels overbekende vraag passeerde de revue…. Zou ik haar niet beter in laten slapen… NEE DUS!
Dit werd me gedurende de weken dat ze opgroeide, meermalen gevraagd. Wat heeft het voor zin om zo’n diertje te laten leven….. was een veelgehoorde opmerking.
Voor mij was het duidelijk. Dit kleine ding zat boordevol levenslust en vooral vechtlust.
Ze had geknokt voor haar leven en haar bestaan en niemand zou haar dit afpakken!
Ze bleef dus….
Eigenlijk is haar opvoeding me geen moment tegengevallen. Haar enige probleem is, dat ze nooit zindelijk is geworden, maar dat nemen we voor lief.
Inmiddels is ze gewoon in staat om te lopen (zonder rondjes om haar as te draaien).
Wel loopt ze heel vaak in grote bogen om me heen. Overal waar ik ben, is zij ook. In een kamer vol met mensen weet ze me feilloos te vinden. Ze klimt als een aap recht tegen me op om maar op schoot te kunnen komen. We lijken onafscheidelijk. Als ik (probeer) iets te doen, helpt ze mee. Zo scheurt ze een boek onder mijn handen vandaan of trekt een pen uit mijn handen. Helpen? Tuurlijk.. altijd!
Slapen doet ze nog steeds het liefst dicht tegen me aan.
Ze klimt moeiteloos overal op of onder. Soms vind ik haar in de meest benarde situaties omdat ze absoluut geen angst kent.
Vreemd genoeg botst ze in huis zelden ergens tegenop. Waarschijnlijk ervaart ze wat schaduw of iets dergelijks, want ze raced met een noodvaart langs stoelpoten en tafels.
Voorheen knalde ze nog wel eens tegen een loslopende lantaarnpaal of boom aan en stond dan volkomen uit haar doen stokstijf.....
Met onze verhuizing een aantal jaren geleden naar de boerderij, behoren dit soort taferelen gelukkig tot het verleden. Ze kan nu gewoon in de hondenwei rennen en vliegen, zonder obstakels te raken. Het gaat eigenlijk heel soepel, haar leventje is onbezorgd.
Nina 06—5– 1999
Zo rond april 2001 kreeg ik van onze vriendin Rini te horen dat ze een hondje extra zou meenemen op haar terugreis. Ze had haar gevonden in een overvol asiel en lag ergens achteraan in een hok tussen de grote honden, bloedend en wel.
Ze was nét bevallen, maar de pups waren al bij haar weggehaald en gedood.
Nina was een zielig hoopje hond en ten dode opgeschreven. Ze wilde zelf niet meer, was helemaal timide, at niet meer; kortom het was erop of eronder.
Het grote probleem was echter dat er géén plek meer was in de auto. En nu?
Rini zou Rini niet zijn als ze niet een op haar lijf geschreven oplossing wist te bedenken.
Ach… zo zei ze, ik neem haar wel in mijn nek?!
Aldus geschiedde… ze moest zo’n slordige 2100 kilometer rijden en hield Nina inderdaad opgekruld in haar nek gedurende de hele reis! Ze kon en wilde haar niet achterlaten.
Dat wordt onherroepelijk haar dood, was haar mening.
Kleine Nina was zo rond de twee jaar oud en in zeer slechte conditie door haar verblijf in het asiel. Ze wilde nog steeds niet eten; ook niet toen ze in Nederland was. Rini probeerde alles, maar dan ook alles om haar weer aan het eten te krijgen. Uiteindelijk lukte dit met kleine stukjes gekookte kip. Heel langzaam leek ze bij te komen en omdat Rini teveel moest werken en haar té lang alleen moest laten, kwam de hummel bij ons.
De zelfde tactiek overnemend en de stukjes kip langzaamaan uitbreidend naar bouillon met kip en later brokjes geweekt in bouillon, sterkt Ninaatje heel langzaam aan.
Ondertussen maakte Nina kennis met Aïsha, onze oudste dochter van toen 10 jaar.
Er fonkelde iets in die oogjes en vanaf de eerste dag groeide er een band tussen die twee die ik nog nooit eerder had gezien tussen hond en mens.
Overal waar de één was zag je ook de ander en dat de hele dag door. Nina knapte in één klap zienderogen op en bloeide volledig op. Ze werd vrolijk en samen renden en speelden ze buiten alsof ze nooit anders gedaan hadden.
Het werd ons al heel snel duidelijk dat Nina niet meer weg kón. Het zou een té grote klap voor haar zijn om haar te herplaatsen en dus mocht ze blijven.
Haar vachtje begon weer te glanzen en ze kleurde prachtig goudkleurig op. Een schitterend mooi hondje werd het en met Aïsha was ze de dikste vriendinnen.
Als Aïsha naar school is, zit Nina trouw te wachten tot ze terugkomt. Pas dan is ze weer helemaal vrolijk en rent luid blaffend rondjes om haar heen. Aïsha heeft een aantal gedichten geschreven, ook over Nina.
Hier op de boerderij voelt Nina zich prima thuis. Ze geniet als ze de kans krijgt om de konijnen eens flink op stang te jagen door ze lekker op te jutten door het gaas heen..
Het is een heuse erfhond geworden, die zichtbaar geniet van het buitenleven. Het is een eigengereid meisje, wat zelf bepaalt of ze mee uit wil of niet.
Wil ze namelijk niet, dan laat ze dit overduidelijk merken door simpelweg naast de auto te gaan zitten en geen stap te willen verzetten.
Wij zien haar dan op afstand zitten…. en ze zit er nog steeds als we met de rest van de roedel terugkomen.
Heeft ze echter een goede bui dan rent ze laagvliegend voor ons uit en daagt de honden uit tot spelen. Ook hier heeft ze zo haar eigen maniertjes voor. Luid blaffend probeert ze iedereen aan de gang te krijgen en achter haar aan te laten rennen. Wil een hond echter aan haar snuffelen dan snauwt ze ze onmiddellijk af; tot grote ontzetting van de geplaagde.
Visite wordt altijd volop kwispelend benaderd. Ze springt graag tegen de mensen op voor een aai. Lukt dit niet, springt ze gewoon op tafel zodat ze wat beter op dezelfde hoogte uitkomt van de visite, die haar dan wel moet aaien. Bij kinderen reageert ze, vreemd genoeg, heel verschillend. De één kan haar aaien, de ander totaal niet. Ook hierin is Nina ronduit eigenwijs.
Al met al is het een leuk ding en meestal heel enthousiast. Ze kan met haar kromme, korte pootjes ongehoord hard rennen. Het lijkt meer op laagvliegen.
Nina behoort hopelijk nog heel wat jaren tot ons gezin. Ze is inmiddels al flink wat grijzer geworden, maar af en toe nog net zo gek. En met name voor Aïsha is dit kleine monstertje heel belangrijk.
Mijn liefde voor jou is groot,
Al zie je het misschien maar klein,
Altijd zullen we samen zijn,
Altijd en voor eeuwig.
Geen hart of ziel die ons kan scheiden,
Samen gaan we door het leven,
Helpen elkaar als er problemen zijn.
Samen gaan we door het leven,
Leggen eerlijke en oneerlijke strijden af.
Als er iemand verdriet heeft,
Troosten wij elkaar.
Altijd kunnen we bij elkaar terecht,
Altijd hebben we tijd voor elkaar.
Ook al zien we elkaar niet meer,
We zullen toch samen blijven.
We zijn vrienden door dik en dun,
Gaan mooie tijden tegemoet.
Iedere dag met jou,
Is een dag waarin ik gelukkig ben.
Iedere dag met jou,
Is een dag die niet weg te denken is.
Nooit zal er een dag zijn,
Waarbij we niet bij elkaar zijn.
Nina, ik beloof jou,
Dat we altijd en voor eeuwig samen zullen zijn.
Beloof jij dat ook aan mij?
Aïsha, 28 oktober 2003 (12 jaar)
Rino 01—01 –2001
Dit kleine misbakseltje werd door Rini aangetroffen in Calafell. Met zijn scheve pootjes, te lang lijfje, fikse onderbeet en uitpuilende oogjes vond ze hem mooi van lelijkheid!
Rino kon niet meteen met haar mee, maar hij moest en zou tóch naar Nederland komen. Daar had hij geen enkel vooruitzicht met zijn voorkomen.
Toen Ed eind 2002 dan ook in Calafell was, had hij al van tevoren met Rini afgesproken dat kleine Rino mee zou komen, zodat hij bij haar in opvang kon (wat meestal inhield dat hij ook meteen moest blijven!).
Aldus geschiedde.. maar het verliep tóch allemaal net even anders.
Op de dag dat Ed aankwam met kleine Rino met de bedoeling om hem meteen bij Rini af te geven, was onze steun en toeverlaat de dag daarvoor op tragische wijze omgekomen…….
Het was een complete schok met als extra dimensie kleine Rino, want wat nu?
Hij bleef dus bij ons in opvang. Hij leek wel eeuwig chagrijnig en gromde naar alles wat maar bewoog…. een hele opgave in onze roedel.
We konden hem uiteindelijk plaatsen. Binnen een jaar kwam hij echter terug, werd opnieuw geplaatst en kwam ook toen terug.
Langzaam begon het tot ons door te dringen. Was dit kleine mormel met al zijn nukken dat toch voor ons bestemd? Wilde Rini heel stiekum dat hij toch bij ons zou blijven?
Hij bleef dus maar…
We leerden omgaan met zijn rare nukken. Visite kon in zijn ogen maar beter uit zijn buurt blijven; die spuwden namelijk bijna vuur als ze maar naar hem keken.
Kinderen kregen regelmatig een felle hap naar handjes en honden werden (het liefst van achter) even snel gebeten.
Vreemd genoeg groeide er een zeer hechte band tussen Rino en onze jongste dochter Celine. Zij was de enige die alles met hem kon doen en ze bleken onafscheidelijk.
Gelukkig is het niet één en al drama. Rino heeft ook zo zijn momenten dat je om hem kunt lachen of genieten. Hij kan heerlijk genietend bij zijn baas (Ed) op schoot liggen om samen t.v. te kijken, ’s nachts ligt hij stijf tegen zijn baas aan en in onze eigen roedel is hij bij tijd en wijle ronduit gezellig.
Hij slaapt overdag graag tegen zijn grote maatje Timber, voor kleine Remy ontwikkelde hij heel stiekum vadergevoelens en in het geheim is hij een beetje verliefd op Nina.
Tegenwoordig doet Celine haar uiterste best om Rino te leren zitten en dat lukt wonderlijk ook nog.
Eenmaal verhuisd naar onze huidige boerderij ontpopte Rino zich als heuse erfhond. Hij geniet als hij mee mag om de buitendieren te verzorgen en ’s zomers ligt hij te luieren op een kleed als de kinderen buiten spelen ( Celine wel altijd in de gaten houdend).
Toen hij hier kennismaakte met Nienke, één onzer vriendinnen, ontwikkelde hij een nieuwe liefde. Het was geheel wederzijds en als Nienke op visite is, ligt hij vaak bij haar, gaat mee naar buiten of zit lekker op schoot te dollen met haar.
Al met al is het een rare snoeshaan, maar we zijn min of meer gewend aan hem geraakt en verdomd… je gaat nog van zo’n dier houden ook!
Vera 01—12—2004
Begin juli kregen wij een aantal honden van Gran Canaria, waaronder een klein wit terriërmixje, genaamd Vera. Kleine Vera was ondanks haar jonge leeftijd van 2 á 3 jaar toch al oma. Ze woonde op een onbewoond stuk grond samen met haar kind en kleindochter en werd dagelijks gevoerd door een alleraardigste mevrouw.
Toen Anahi ingelicht werd, heeft men geprobeerd om het hele gezin te vangen en onder te brengen, maar dit lukte slechts bij Vera en kleindochter; de andere was te angstig.
Vera was rustig en maakte, aldus Renee, een hele verdrietige indruk. Na onderzoek bij de dierenarts werd de vrees van Renee waarheid; Vera was opnieuw zwanger!
Dit was echter niet het enige; ze bleek ook hartworm te hebben en was dus flink ziek.
Ze werd onmiddellijk gesteriliseerd, waarbij de pups weggehaald werden en na een rustperiode werd ze opgenomen in de kliniek voor de filaria behandeling.
Na dit herstel kwam ze uiteindelijk in het pension terecht, waar ze verder verzorgd werd.
Ze werd door alle vrijwilligers beschreven als zeer vriendelijk, open en heel sociaal. Vooral voor eten doet ze alles! Ze mocht regelmatig gewoon vrij rond lopen omdat ze zo makkelijk was en Vera begon weer langzaam aan van het leven te genieten.
Ze was een vaste klant aan de koffietafel, waar ze door iedereen wel werd verwend.
Vera kwam dus ook naar Nederland voor herplaatsing. Meteen na haar aankomst sprong er een vonk over tussen kleine Veer en Brenda. Het was meteen raak, al had ik dat nog niet meteen door. De schrik zat er dan ook goed in toen er na een weekje of twee mensen met Vera gingen wandelen. Ze wilden nadenken over adoptie….. De mensen waren nog niet weg of ik had een meiske totaal over haar toeren in huis. Brenda was totaal in tranen en met horten en stoten kwam er uit dat ze zoveel van Vera hield.
Daar sta je dan als moeder…… en dan.
Ik heb overlegd met Ed en die was er binnen een seconde uit; ‘laat het diertje toch lekker blijven’, was zijn conclusie.
Vervolgens heb ik overleg gepleegd met de mensen die voor haar waren geweest; maar ook die konden de situatie helemaal begrijpen.
En dus konden we zowel Veertje als Brenda dolgelukkig maken: ze mocht blijven!
Sindsdien zijn de dames onafscheidelijk. Vera slaapt lekker op bed bij Brenda en samen maken ze hun wandelingetjes. Het is een genot om te zien hoe kinderen en dieren op elkaar kunnen reageren.
Voor Vera zijn alle donkere wolkjes verdwenen; ze mag een onbezorgd leventje leiden en kan zich qua zorg uitleven als er pupjes in huis zijn of een zieke poes, waar ze dicht tegen aan kruipt.
Ze past perfect in onze roedel en is met haar speelse gedrag een aanwinst in ons huishouden.